Selecteer een pagina

Vandaag stond ik in de Plus in Kloosterzande in de rij te wachten. Ik was er snel heen gegaan om een beloning voor mijn tweeling te halen. Ik had ze namelijk een chocoladeletter en een grote zak pepernoten beloofd als ze zich gedroegen bij de tandarts en de 9-jaarsprik. Die uitgestelde belofte haalde niet veel uit: bij de tandarts kregen ze ruzie over wie er eerst op de stoel ging liggen en na veel vijven en zessen en een waarschuwing van mijn kant dat ze die avond hun Ipad zouden moeten missen, heb ik er zelf maar een als eerste op gelegd.

Daarna wilden ze hun mond niet openen. Best lastig bij de tandarts. Na wat lieve woordjes en wrikken en wringen door de tandarts zelf gaven ze toch toe. Op weg naar de 9-jaarsprik in Hulst kregen ze ruzie over wie op de terugweg voorin zou mogen zitten, want ergens waren ze de tel kwijtgeraakt en een van de twee had blijkbaar nog wat in te halen. Daar aangekomen weigerden ze hun jas en trui uit te trekken, wilden ze niet op de stoel gaan zitten en moest ik hun onderarmen vastklemmen, want anders kon die prik onmogelijk toegediend worden. 

Na afloop zei ik dat ze die beloning op hun buik konden schrijven, want ze hadden zich allesbehalve gedragen. Echter, op de terugweg waren ze zo stil en braafjes dat ik besloot die chocoladeletters en zak pepernoten toch maar te halen. Ze hadden tenslotte ook niet kleinzielig zitten huilen zoals sommige andere kinderen toen ze die prikken kregen. 

Dus ik wachtte in de rij en een man van tegen de zestig in een houthakkershemd, een lange grijze mat in zijn nek en een gerafelde jeans boven een paar afgedragen mocassinachtige schoenen stond voor me. Hij legde een bruin brood en zes halveliterblikken bier van een bedenkelijk merk op de band. Ik vroeg me af waar hij die avond naartoe ging? Of hij zich zou bedrinken in zijn huiskamer of dat hij die halveliters zou delen met zijn al even afgeleefde vrouw met een krakkemikkig gebit, en dat ze, als de avond ten einde liep, samen zouden dansen op carnavalsmuziek om zich daarna als een geil kunstenaarskoppel de trap op te hijsen om in een bronstig maar lamlendig paringsritueelde spijlen van hun bed te plooien. 

Tja, als ik in de wachtrij sta, gaat mijn verbeelding alle kanten op. Maar misschien kocht hij die halveliters om zichzelf te belonen, omdat hij zojuist ook een prik had gehad, eentje tegen de eenzaamheid, of omdat hij het al veertig jaar uithield bij de vrouw die hij ooit in een vlaag van waanzinnige verstandsverbijstering had gekozen. Geen carnavalsdansje dus vanavond, en ook geen wildbeestige jarenzestigseks met een wilgenteenzweepje als voorspel. Zo. Hij betaalde zijn brood en bier en verdween in de avond en ik ging naar mijn busje, gaf de twee, die nu opeens allebei van voor zaten en weer met elkaar in een krachtmeting verzeild waren geraakt, hun grote zak pepernoten en chocoladeletters, reed naar huis en dronk een stevige Tripel. Als beloning.