Selecteer een pagina

Vroeger had ik op mijn kamer een instabiel vurenhouten rekje vol boeken. Het stond tegen de wand en ik kende alle titels van buiten. Nu heb ik twee prachtige stalen boekenrekken voor honderden boeken, met zo weinig mogelijk verloren ruimte, want de stalen platen zijn gemaakt op de doorsnee romanafmetingen. Als de boeken echt groot zijn, kan ik ze nog horizontaal op elkaar leggen. De rekken zijn gemaakt door mijn schoonvader, een man met gouden handen. En het mooiste is de buiging erin, alsof de wand rond is. 

Ronde vormen zijn zachte vormen. Vraag maar aan de schilder Peter Paul Rubens. Ik heb de rekken opgebouwd in mijn nieuwe schrijfkamer en gevuld met boeken. Zelfs mijn zonen hielpen mee. Zoveel mogelijk boeken liet ik door mijn handen glijden, om de titels te onthouden, om een herinnering boven te halen, om het verhaal en de personages weer tot leven te wekken. En om het stof eraf te vegen. Het werd een lange, barre tocht, want ik ben gezegend met een slecht geheugen. En erger: het merendeel van de boeken dat ik door de jaren heen heb verzameld, heb ik nog niet eens gelezen. Dat stemde me niet vrolijk. Op het tempo waarop ik lees, zal ik ze dan wellicht ook niet meer kunnen uitlezen. Dat komt vooral omdat ik zelf boeken schrijf. Hoe meer ik schrijf, hoe minder ik lees. En omdat ik plannen heb om straks een nieuwe roman te beginnen, weet ik dat lezen voor een aantal jaren op een nog lager pitje zal komen te staan. 

Een mens heeft tijd tekort omdat hij niet weet hoeveel tijd hij heeft. Filosofen en wetenschappers beweren dat het streven naar onsterfelijkheid, het ontrafelen van wat ouderdom precies is en hoe dat tegen te gaan, een van de grootste speerpunten van deze eeuw zal worden. En stel dat we deze eeuw niet de onsterfelijkheid ontrafelen, maar wel de gemiddelde leeftijd optrekken naar bijvoorbeeld 130 jaar, dan zou ik dat toejuichen, vooral omdat ik dan mijn gekochte boeken zal kunnen uitlezen. Voor de rest is dat een van de slechtste ontwikkelingen die we als mensheid maar kunnen wensen. Er zijn al te veel mensen. Waar moeten al die superbejaarden dan naartoe? 

Als ik ervoor zou kiezen geen boeken te schrijven, dan zou ik er dus meer kunnen lezen. Maar een van de redenen waarom ik ben gaan schrijven, was mijn kinderen. Als ik vroeg zou komen te sterven, wilde ik ze een stem vanuit het graf geven: personages waarbij ze misschien een karaktertrek van hun vader zouden herkennen, gebeurtenissen die herinneringen zouden aanwakkeren omdat ik ze het ooit had verteld, etc. Ze zouden me herontdekken en er wat moeite voor moeten doen door de boeken grondig te lezen en te ontcijferen. Niets voor niets. 

Alleen had ik er nooit op gerekend dat het geen lezers zouden worden, dat ze met een grote boog om boeken heen zouden lopen. Maar er gloort dus hoop aan de horizon: als die overmoedige wetenschappers ervoor kunnen zorgen dat de mensen langer gaan leven en misschien wel 130 jaar zullen worden en het spreekwoord ‘het verstand komt niet voor de jaren’ niet aan kracht heeft ingeboet, dan kan ik erop rekenen dat mijn kinderen alsnog mijn boeken zullen gaan lezen lang nadat ik onder de zoden lig.