Selecteer een pagina

Na een paar sterke Belgische bieren gooide E. uit Ossenisse op een gezellige avond in een recreatief achtertuingebouwtje in Zeedorp een knuppel in mijn hoenderhok: zouden we niet eens met de mannen een fietstochtje doen? U moet begrijpen: de mannen zijn voornamelijk gezonde Brabanders met een bovengemiddelde taille, agrariërs met melkveebedrijven, gewend aan noeste arbeid. De mannen zijn voornamelijk ook boven de 50. 

E. uit O. bulkt van energetisch ongeduld. Mijn eerste kennismaking met deze Brabantse brok pit en daadkracht herinner ik me nog goed. Er stond hier een paaltje in beton en dat moest eruit. E. zou dat varkentje wel eens wassen. Hij kwam met zijn trekker, bond er een ketting rond, sprong in de stuurcabine en gaf gas in achteruit. Niet alleen de paal kwam omhoog, maar ook de fundering van mijn nabijgelegen stalletje. Er moest gekalmeerd worden. Bij een andere gelegenheid die me ook nog goed voor de geest staat, was er een koe in de sloot verzeild geraakt, met de poten diep in de modder verzonken. Het beest zat muurvast. Na wat innerlijk beraad belde ik E. Nog geen halve minuut later kwam de trekker eraan. Hij sprong eruit, bond een ketting rond de kop van de koe, gaf gas en trok het dier uit de sloot. Na afloop leek de koe meer op een giraf en loeide ze een toontje hoger. Maar ook dat liep gelukkig goed af.

Toen ik hoorde dat iedereen, behalve E., op een elektrische fiets zou rijden, was mijn ongerustheid enigszins gezakt, al had ik van mijn leven nog nooit 50 km gefietst en ook op een elektrische fiets had ik nog nooit gereden. Maar het werd een bijzonder aangename tocht via café Het Verdronken Land in Emmadorp naar een café in Clinge waarvan ik de naam al vergeten ben, maar de uitbater was een getatoeëerde en plichtsbewuste coronaregelneef, en vandaar een laatste stop bij café De Koning in Lamswaarde. Er werd gepraat over boeren, koeienstallen, melkquota, stikstof- en eiwitproblematiek en soortgelijke zaken en toen we een veld passeerden met een gewas dat ik niet herkende, vroeg ik aan de mannen wat het was. Er werd wat over en weer geroepen, gediscussieerd en uiteindelijk werd Google geraadpleegd. Ik kan me de naam van het gewas ook al niet meer herinneren.

Terug in Ossenisse trok ik op de Hooglandsedijk, wellicht door alcohol aangestoken, nog een sprintje met E. maar toen hij de 38 km/u naderde, moest ik het opgeven. Blijkbaar hield de ondersteuning van de e-fiets er boven een snelheid van 26 km/u mee op. Dat hadden ze me eerder kunnen zeggen. Maar ik ben E. uit Ossenisse dankbaar voor deze aangename rit en wellicht schaf ik mij in de toekomst een nieuwe fiets aan, zonder elektrische ondersteuning.