Selecteer een pagina

Mijn vakantiebusje is verkocht. Aan twee Marokkanen uit Amsterdam. Ja. In tegenstelling tot wat u nu misschien denkt, ging alles van een leien dakje. Zelfs de betaling. Bijzonder beleefde en eerlijke man, al ging ie net wat te lang door over het feit dat de olie wat gelig kleurde aan de rand van het dopje, dat de pook net iets te veel speling had en ook de twee blutsen aan de zijkant bleken de moeite van wat lange zinnen en onderhandelingspauzes waard.

Zelf was hij een Volvoman en smaakvol gekleed. Maar Volkswagen was ook niet slecht, zei ie. We deden een testrit van een half uur, terwijl hij nog steeds over de pook bezig was, maar toch moest toegeven dat mijn vakantiebusje verdomd lekker reed en ondertussen vertelde hij over zijn vier dochters en dat hij toch ook graag een zoon had gehad, want als zijn zoon later zou uitgaan in het Amsterdamse, dan moest hij zich maar druk maken om één lul in de stad, terwijl hij zich met zijn vier dochters nu druk zou moeten maken om… tja, u kunt het zelf invullen. 

Dus de zaak was beklonken, in weerwil van de gelige olie, de pook uit het lood en de blutsen. Mijn vakantiebusje was best groot, een negenzitter. ‘Gaat de bus naar Marokko?’, vroeg ik. ‘Nee, naar Polen of Roemenië.’ In mijn verbeelding zag ik er al negen Poolse loodgieters in zitten die een fles aardappelwodka rond lieten gaan en luid lallend een koppel vlammende veesten op de bekleding van de stoelen af schoten. 

Ja, dat vakantiebusje had toch een emotionele waarde, merkte ik. Mijn oudste zoon zei dat ik vroeger bijna alle auto’s een naam gaf: Sjonnie Cross en Shirley Bak, bijvoorbeeld. Het verbaasde me dat hij dat nog wist. Maar de bus werd gewoon ‘vakantiebus’. Ik heb hem destijds aangeschaft omdat er twee rijen stoelen waren en mijn vier kinderen dus per twee per rij plaats konden nemen. Dat zou het gedoe bij langere ritten ten goede moeten komen, dacht ik. Ik had er geen rekening mee gehouden dat zowel op de heen- als de terugreis naar verre oorden de oudste de achterbank volledig inpalmde om er uren lang te liggen maffen (hij legde er zelfs een moussematras op om nog comfortabeler te liggen) en dat mijn tweeling, toen ze nog heel klein waren, er niets leukers op hadden gevonden om de gordels los te klikken en over en onder de stoelen te klimmen en kruipen, want er was ruimte genoeg in die heerlijk grote vakantiebus. Fantastische herinneringen. Ook die keer toen ik gebiologeerd door het verlaten, maar wondermooie sneeuwlandschap in Noorwegen, de bus bij een afdaling niet op de goede manier bestuurde en hij opeens begon te stinken en er van alle kanten zwarte rookpluimen opstegen, en ik hem snel aan de kant zette zodat iedereen eruit kon in geval hij helemaal in de fik zou vliegen. Koppeling kapot en wieldoppen gesmolten. En die Noren die hem wel eens zouden maken voor 5000 euro. Mooi niet. Hij werd netjes naar Terneuzen gebracht. We moesten wel drie dagen wachten tot de ANWB een gepensioneerde met een Ford Galaxy op ons af stuurde, zo’n nieuwe auto die bij alles wat je verkeerd doet gaat piepen en bliepen. Dat deed mijn vakantiebusje niet. Maar ja, hij is er niet meer. Al hebben we samen mooie herinneringen gemaakt.