Selecteer een pagina

Niet zelden loop ik bij brood- en banketbakkerij Goossen in Kloosterzande naar buiten met drie grote zakken oud brood. De bakker denkt dat ik een kaneelfabriek begonnen ben en er grof geld mee verdien. En sommige klanten zullen wel denken dat die slimme Belg oud brood koopt om aan zijn vier kinderen te voeren. In werkelijkheid is dat brood voor mijn varkens, geiten en kippen.

Ze vinden het zo lekker dat ze bijna al het andere eten dat ik ze aanbied minderwaardig achten. Er zit natuurlijk van alles tussen: croissants, stokbrood, anijsbollen, desembrood, gewoon brood, wit brood, volkoren en van die besuikerde bolussen en weet ik wat nog meer. 

Op een gegeven moment werden mijn varkens er zo dik van dat ze op hun eigen buik begonnen te stappen. Dan heb ik ze maar op een zorgvuldiger dieet gezet. Ze kregen ook ruzie om dat lekkere eten. De geiten maakten de zwaardere varkens met een paar kopstoten duidelijk dat ze ook een deel van de buit wilden. Maar die geiten zijn kieskeurig. Ze lusten het liefste de witte puntjes en de anijsbollen. En als ik het brood op de grond gooi, dan willen ze het niet. Ze moeten het uit mijn handen krijgen, terwijl ze op hun achterpoten tegen de omheining staan. 

De varkens, daarentegen, vreten het brood met slijk en al op en smekken zoals mijn tandeloze grootouders zaliger tijdens de zondagsdis deden, terwijl ik braaf en gefascineerd zat te luisteren. Dat smekken en snurken van die varkens nadert de menselijke geluiden zo dicht dat het verwarrend is. De eerste keer dat ik ze hoorde snurken, was laat in de avond. Ik ging naar buiten om de honden uit te laten en toen ik dat gesnurk hoorde dacht ik dat er een zatte Pool in mijn schuur zijn roes lag uit te slapen.

Ik hoorde van een aantal collega’s uit de onderwijs-, uitgevers- en schrijverswereld dat ze, net als mijn varkens, kilo’s waren aangekomen doordat ze vanuit huis moesten werken. Niemand die hen oud brood voerde, natuurlijk. Ze konden zelf geen weerstand bieden aan de verleiding om de koelkast in te duiken of elke dag een paar zakken chips tijdens hun Zoom- of Teamssessie te verorberen. Ook dat is een neveneffect van het ‘Kut Karonavirus’ dat een kunstzinnige leerling met een spellingprobleem deze week in dikke zwarte letters op een of andere schoolkast heeft gespoten.

Aangezien ik een meelevende, empathische en begripvolle man ben, ben ik solidair met mijn varkens en eet ik minder ten tijde van dat Kut Karonavirus. Ik trap dus niet op mijn eigen buik. Integendeel, de tijdswinst door niet te moeten reizen gebruik ik om eens een rondje meer te gaan fietsen, al is dat rondje qua afstand en snelheid in geen eeuwigheid te vergelijken met wat mijn tien jaar oudere buurman in zijn strakke blitse pak eruit weet te persen. En als ik mijn grote huskybastaard meeneem, dan hoef ik al helemaal niet te trappen. Dus al met al heeft dat meer vanuit thuis werken er bij mij toe geleid dat ik minder ben gaan eten. Dat is dan een zeer bescheiden en persoonlijk voordeel van dat virus. En aan al die collega’s die er niet in slagen uit de koelkast of chipszak te blijven: ga op een kutkaronavirusdieet en pak de fiets wat meer ter hand.