Selecteer een pagina

lechts een handvol weken voordat het coronavirus de media terroriseerde, las ik een artikel in een krant over de wanhopige zoektocht van mensen naar geluk en over psychiaters die heden ten dage supersterren zijn, maar ook overwerkt omdat de mensen er voor elke zucht naartoe sprinten. Woorden zoals piekbeleving en gelukseconomie kleefden aan mijn ogen. In datzelfde artikel hebben een aantal bekende psychiaters het over eenzaamheid bij jongeren door gebrek aan zingeving en dat die zingeving vooral te vinden is in De Ander en dat we dus wat ‘zitvlees’ in relaties moeten kweken en ‘niet bij het eerste zuchtje tegenwind moeten afhaken’. 

Goed advies in tijden van corona, want tijd en beperkte ruimte om zitvlees te kweken hebben we nu wel. Toevallig had ik de dag ervoor zitten grasduinen in een dagboek dat ik aan het begin van deze eeuw, in de tweede helft van mijn twintiger jaren, probeerde bij te houden, maar dat in de praktijk meer een weekboek of zelfs maandboek werd. 

Toen bleek ook ik bezig met zingeving: 1 juli 2003. Ik heb zojuist een sigaret gerookt buiten op een bank. Een witte bank met groene, verweerde vlekken tussen de nog resterende bomen in de Bassijnstraat. Het is reeds donker. Wederom geen sterren. De trein stampte voorbij toen ik de deur opendeed. Een half jaar geleden was dit een oud, puttig straatje begrensd door sierlijke bomen. Nu blijft er een verzorgde en verbrede straat over, met klinkers nog wel, stuk voor stuk gelegd door de harde handen van de straatwerkers. Veel van de bomen zijn gesneuveld. Het resterende stukje groen behoort tot het clubhuis van de senioren en zal er waarschijnlijk wel blijven. Misschien wordt het ooit gebezigd als strooiweide voor hun as, maar het is nu voornamelijk een hondentoilet. Vanop de bevlekte bank zag ik het raam van nummer 57. De rolluiken waren nog niet naar beneden gelaten en het flitsende licht van de tv, die ik had laten spelen, weerkaatste blauwig tegen de muren. Het is ondertussen kwart voor elf en ze is nog niet thuis. Eenzaam voel ik me niet. Daar heb ik nooit echt problemen mee gehad, met het ‘alleen’ zijn. Integendeel. Pas dan ben ik koning. De koning van de Bassijnstraat nummer 57. Eenzaamheid bestaat niet. Of is dat bedrog? Misschien ben ik niet eenzaam omdat ik weet dat ze terugkomt. Het is slechts een interval. Een dag enkel en alleen genoegen nemen met jezelf, voor zover dat nog bestaat. Samenleven versmelt je en het is een kunst om toch een stuk jezelf te blijven. Je verliest een deel en wint een deel en het deel dat je wint moet met kop en schouders uitsteken boven het deel dat je verliest. Het is opgeven om te winnen, verliezen om te groeien. En die illusoire weg die je had kunnen volgen, maar uiteindelijk niet hebt gevolgd? Dat is melancholie en melancholie is nergens goed voor. Dat zeg ik steeds tegen mezelf al kan ik er zelden aan ontsnappen als de bui boven mijn eigen hoofd hangt. Liever laat ik me lui meeglijden op de wolk van het moment. Het heeft weinig zin tegen de loop der gebeurtenissen in te gaan. Of houd ik mezelf een spiegel voor? Ongetwijfeld kun je veel bijleren over jezelf door wat De Ander over je zegt. Maar te veel duidelijkheid over jezelf is des duvels. Zou alles duidelijk zijn, dan is er geen verbeelding meer nodig. En juist die verbeelding is deel van mijn zingeving. Goedenacht.