Selecteer een pagina

‘Geachte heer Vantoortelboom, ik zou graag een overeenkomst sluiten met u. Als ik dit semester een voldoende haal voor Engels, dan krijg ik van u een gesigneerd exemplaar van uw roman His Name Is David. En natuurlijk ben ik bereid ervoor te betalen. Bovendien vind ik uw columns in de PZC uitermate interessant! Ik had al een vermoeden dat u meer was dan een leraar! Dit is fantastisch.’ 

Dit stukje tekst (uit het Engels vertaald) vond ik een paar weken geleden op een ochtend in mijn persoonlijke chatomgeving. In de zestien jaar dat ik docent ben op de hogeschool ben ik nog nooit zo direct benaderd geweest, al weet ik met zekerheid dat het gebruikte digitale medium en dus de afwezigheid van mijn lichaamstaal en vorsende blik drempelverlagend zal hebben gewerkt. Het is zoals veteranen uit oorlogen zich wel eens hebben laten ontvallen over nieuwe technologieën: het is niet moeilijk iemand met een vuurwapen van op afstand te doden, maar steek maar eens een bajonet in een lichaam, terwijl je in de ogen kijkt en voelt hoe het mes door het vlees snijdt. 

Het stukje tekst ontlokte mij wel een hartelijke glimlach, want ik kende de student in kwestie natuurlijk. Een jongen die steeds vooraan zat, deed alsof hij geïnteresseerd was en altijd probeerde een goed antwoord te geven op de vragen die ik stelde, al lukte dat zelden. Hij voelde nattigheid, besefte dat er dus hard gewerkt zou moeten worden en handelde bijgevolg uit impulsieve onzekerheid. Wat ik hem nog het meeste kwalijk nam is niet zijn poging tot omkoperij, maar dat hij het docentschap onderaan een of andere maatschappelijke waardenmeter liet bungelen. Mijn antwoord: heb vertrouwen in je eigen kwaliteiten en als er hard gewerkt moet worden, doe het dan. Het is hem vergeven. 

Het deed me wel denken aan de spiekpoging die ik zelf in het vijfde middelbaar heb ondernomen en waarbij ik werd betrapt en de laan uitgestuurd. De dood van mijn moeder in diezelfde periode gold als verzachtende omstandigheid en de misstap werd me ook vergeven. 

Wat me niet werd vergeven en me een week strafstudie opleverde, gebeurde tijdens de gymles. Twee teams stonden klaar om een basketbalwedstrijd aan te vangen en de leraar met de bijnaam Arab, want hij was van top tot teen gebronsd en als je hem een kameel en een tulband had gegeven dan had hij onmiddellijk gecast kunnen worden voor een remake van de filmklassieker Laurence of Arabia, stond aan de andere kant van de zaal nog een en ander uit te leggen. Toevallig had ik de basketbal in handen en toen de leraar zich omdraaide en de bal vroeg om nog eens te demonstreren hoe je het beste kon dunken, besloot ik hem op gehoorzame wijze de bal zo snel mogelijk toe te laten komen door deze een enorme trap te geven. 

Ondertussen had de man zich omgedraaid om een leerling toe te spreken en tot mijn ontzetting zag ik hoe de sierlijke luchtboog van de basketbal precies eindigde op zijn kale, gebruinde knikker. Arab helde vervaarlijk voorover, kon nog net zijn evenwicht bewaren en zette toen de achtervolging in, want ik was ervandoor gegaan. Hij greep me bij mijn nekvel, kon zich nog net inhouden om mij eens goed door elkaar te rammelen en slingerde me uit frustratie een aantal puur West-Vlaamse verwijtwoorden naar het hoofd. Het werd me niet vergeven en een week lang diende ik na te blijven. Ook correcte en efficiënte gehoorzaamheid kan dus worden afgestraft.