Selecteer een pagina

Ontelbare keren heb ik mijn vader zijn hoofd zien stoten, de ene keer erger dan de andere. En ik maar lachen telkens als dat gebeurde en hij ook toen hij merkte dat ik het gezien of gehoord had, want het werd een beetje een ‘running gag’ in het gezin. Met het ouder worden gebeurde het frequenter en niet zelden liep hij met een beschadigde hersenpan rond. Nu ben ik zelf aan de beurt. 

Om plaats vrij te maken voor een grote opruiming had ik in mijn schrijfkamer de kachel weggehaald, maar de kachelbuis niet. Die zat namelijk vast in het plafond, en ik zou hem op de bovenverdieping los moeten maken. Maar daar was hij, met dubbelwandig staal omkleed, niet makkelijk los te krijgen. Dus liet ik die scherpgerande buis zitten, in het volle besef dat ik er op een dag mijn hoofd tegen zou stoten. In de vorige maanden was dat ook twee keer het geval. De schade bleef beperkt tot kleine snijwonden. Telkens nam ik mezelf voor een soort bescherming om de buis heen te maken om erger te voorkomen, maar telkens vergat ik het in de drukte der bezigheden te doen. 

Deze week ging ik verder met opruimen: wandtegels die al tien jaar in door de muizen aangevreten dozen zaten, in geval er eentje binnenshuis vervangen zou moeten worden, pakte ik op om in een container te gooien. En ja, toen ik vanwege het gewicht in mijn handen met enige kracht in de knieën omhoog rees, kreeg ik een tweede glimlach bovenop mijn kanis. Alsof de buis dat opzettelijk deed om mij uit te lachen. De wond bloedde zo hevig dat ik niks meer zag. Ik ging op de tast naar buiten en zei tegen mijn geschrokken zoon dat hij een handdoek moest halen. Daarna ging ik als een moslim op mijn knieën zitten en drukte de handdoek hard tegen de wonde. Toen het bloeden enigszins geminderd was, voelde ik even aan de glimlach en het leek alsof het een mond was en er een lip aan zat, een flap vel die ik een paar centimeter achterover kon trekken. Lokaal gescalpeerd. 

‘Een ezel stoot zich geen tweemaal aan dezelfde steen,’ kwam er spottend van onder de lip. Neen. Deze ezel stootte zich drie keer tegen de kachelpijp. Mijn oudste zoon, actief lid van de beeldgeneratie, nam een foto en stuurde die naar zijn moeder en zusje die uit winkelen waren en die pas binnen een paar uur terug zou zijn. ‘Geen probleem,’ zei moeder. ‘Een wond moet binnen de zes uur dicht. Tijd zat. Ik ga nog even naar de Mac.’ 

Dus liep ik tot de avond rond met twee glimlachen, want net zoals mijn vader kon ik hartelijk lachen om mijn stommiteiten. Toen mijn vrouw thuiskwam, nam ze me mee naar de huisartsenpraktijk en naaide mijn tweede mond snel en vakkundig dicht. Eén grote mond aan die man is wel voldoende, zal ze misschien gedacht hebben.