Selecteer een pagina

Julien, een gerimpelde kale grijsaard met getatoeëerde armen, een kilo halskettingen, een gevlochten snor en slechts één voortand, zei dat hij graag weer eens iemand in elkaar wilde rammen, gewoon helemaal opfrommelen totdat ie in z’n broekzak zou passen, uit nostalgie naar zijn jonge jaren als buitenwipper in een obscure kroeg aan de haven van Antwerpen.

‘Dat klinkt erg pijnlijk en ongezellig, Julien,’ zei ik. ‘Maar wat zou voor jou dan een goede reden zijn om zoiets nog eens te willen doen?’

‘Wel, Jan. je weet toch dat ik een hamstertje heb? Popeye is zijn naam. Hij loopt de hele dag in zijn radje totdat ie er krankjorum van wordt en om zijn gedachten te verzetten en hem weer normaal te doen worden, neem ik hem  in mijn hand en steek ik hem af en toe een stukje wortel of brood toe. Hij is zo lief en tam dat ik hem soms meeneem op straat als ik naar de winkel ga en dan fantaseer ik dat hij opeens uit mijn hemdzak kruipt en van me af valt en dat ie over het trottoir snelt op die kleine, snelle pootjes van hem. Dan komt er zo’n jonge knaap aan met oortjes in en een telefoon voor zijn smoel en die ziet mijn hamstertje opeens voor zijn voeten lopen en zet er met kracht zijn hak op. Ik hoor de botjes van Popeye kraken onder zijn schoen. En die knaap die er dan achterbaks bij lacht. Dat zou voor mij nu ’ns een goede reden zijn.’

‘Tja. Dat is inderdaad niet fijn. En stel nu dat die knaap niet wist dat het een hamstertje was, maar dat hij dacht dat het een vieze bruine rat was.’

‘Dan is hij te dom om hooi te eten! Iedereen kent toch het verschil tussen een hamster en een rat? Dus nog een reden te meer om hem eens goed in elkaar te beuken!’ riep Julien en hij nam een te grote slok van zijn Jupiler.

‘Maar stel nu, Julien, dat die knaap in zijn kinderjaren talloze wrede verhalen van zijn grootvader heeft moeten aanhoren over ratten die zijn dode vrienden opvraten en zelfs ’s nachts aan zijn tenen kwamen knabbelen. Of erger nog, dat ie mishandeld werd door zijn vader omdat ie een koekje had gestolen en daarvoor in de kelder werd gegooid met de deur op slot en dat ie daar zat in zijn korte broekje op de koude tegels, te koekeloeren naar een grote bruine rat in de hoek. Dus die knaap is waarschijnlijk zodanig getraumatiseerd dat hij Popeye werkelijk en waarachtig voor een grote vieze rat aanzag. Je kunt iemand met een trauma die een ongelukkige beoordelingsfout maakt daarvoor toch niet in elkaar rammen?

Julien keek bedenkelijk.

Bovendien, Julien, is er nog iets anders. Popeye lijkt helemaal niet op een hamster. Volgens mij is het een rat, want kijk naar die staart. Een hamster heeft geen zo’n lange staart. Jij bent door een sluwe verkoper belazerd en gefopt; ze hebben je gewoon een vieze bruine rat aangesmeerd. Dat maakt jou dan ook zo dom als het achtereind van een varken en dus ben je het waard om in elkaar te worden geramd. Mag ik?