Selecteer een pagina

Vroeger stond hier een lage jaren zestig schuur met een ijzeren poort en een dak van asbestplaten. Een bouwsel van de vorige eigenaar. De betonnen vloer bestond uit verschillende niveaus omdat er varkens, kippen en een paar stieren in werden vetgemest en er geulen nodig waren om de urine en ontlasting op te vangen. Er hingen TL-lampen die na verloop van tijd flikkerden en er de brui aan gaven en niet zelden stapte ik in het halfduister in zo’n verdomde geul of stootte ik mijn hoofd tegen een dwarsbalk vol roestige nagels. 

Maar we zijn er vanaf. Er staat nu een nieuwe, gepotdekselde, multifunctionele ruimte met antracietkleurige Tuile du Nord pannen, zonnepanelen en een luchtwarmtepomp. De vloer is gelukkig egaal. Het gebouw past in het Zeeuwse landschap, zegt men. Duurzaam ook, want volledig houtskeletbouw. Dat was een vereiste voor de gemeente. Dat er een jaar van geneuzel aan regels, administratie en vergunningsaanvragen aan is voorafgegaan, ben ik al lang vergeten. 

Met dat nieuwe gebouw heb ik plannen. De creativiteit moet er worden gevierd. Om te beginnen bevindt mijn nieuwe schrijfkamer er zich ook in en laat ik nu net vorige week de eerste pagina van mijn volgende roman hebben geschreven. In dat gebouw zullen dus alle niet geschreven ficties die zich nog in mij schuilhouden worden geconcipieerd, vervolmaakt en geboren. Ten tweede is er een grote atelierruimte. Daar zal mijn vrouw schilderen, want drie grote ramen laten het licht uit het noorden binnen. Er zal ook een robuuste metalen werkbank staan die ooit aan grootvader toebehoorde en een keramiekoven. Daar zullen de jongste twee hun creatieve driften op kunnen botvieren. Maar waar ik naar uitkijk, zijn de schrijfworkshops die ik er wil geven. Mensen helpen om de verhalen uit hun leven vorm te geven, leesbaar te maken voor een groter publiek. En dat is iets waar steeds meer aandacht voor komt: mensen willen hun verhaal opschrijven, al dan niet als therapeutisch hulpmiddel voor zichzelf, dan wel om iets na te laten voor hun kinderen en kleinkinderen. 

Meer en meer lijkt men tot het inzicht te komen dat het leven een fictie is, een verhaal door onszelf verzonnen, zoals onze identiteit. En dat is niet negatief bedoeld. Het is een uiting van creativiteit, van constante veranderlijkheid. Bijna alles wat wij kennen in deze wereld is ontsproten in het menselijke brein, was dus eerst een fictie voor het een feit werd. Eerst was er niets en dan was er iets. De bijbel is een fictie, Europa als economische en politieke entiteit is een fictie, de grote bedrijven zijn ficties. Al deze dingen waren eerst ontastbare ideeën en verhalen in de hoofden van hun makers alvorens ze werden gerealiseerd. 

Maar het interessantst vind ik de persoonlijke verhalen waarin de gevoelens van de auteur centraal staan en hoe die via woorden, zinnen, alinea’s tot een zingevend geheel worden gesmeed, van diepere betekenis voor eender wie de maker ervan van nabij heeft gekend. En dat is niet iets dat op een weekendje wordt gemaakt. Daar is tijd voor nodig en zelfs daar is in onze multifunctionele ruimte aan gedacht: van heinde en verre kunnen aspirant-schrijvers komen, want boven zijn er drie slaapkamers voor twee personen. Dus als dat verrekte coronavirus uit de weg is geruimd, hoop ik mij dienstbaar te kunnen maken voor mensen met serieuze en ambitieuze schrijfplannen die delen van hun leven aan het papier willen toevertrouwen.