Selecteer een pagina

Ruim voor het coronavirus de wereld gijzelde ben ik begonnen in Grote verwachtingen van Geert Mak. Het is het vervolg op het succesvolle In Europa dat vijftien jaar geleden verscheen. Omdat het boek over de eerste twee decennia van deze eeuw gaat, dus zeer recente geschiedenis, las ik het met een zekere urgentie. Maar sinds corona heb ik het gevoel dat ik lees over een stoffig verleden, over een wereld die niet meer bestaat en er niet meer toe doet. Vaak denk ik bij geschiedenis aan een slingerbeweging, aan uitersten, want per slot van rekening zijn het de heftigste gebeurtenissen, zoals revoluties, oorlogen, ziektes, de wrede daden van dictators et cetera die de geschiedenisboeken halen.

In zijn boek mijmert Mak af en toe over een toekomstige student die geschiedenis studeert in het jaar 2069. Wel die student zal in zijn studieboeken vast en zeker kunnen lezen over corona en hoe dat virus de wereld veranderde. De slinger is in één keer de andere kant op geslagen en net als in het verhaal The Pit and the Pendulum van de vader van het horrorgenre, Edgar Alan Poe, is het een slinger met een dodelijk scherpe rand die steeds terugkeert naar het middelpunt alwaar de machteloze mens zich bevindt. Maar er is ook nog een ander probleem waar de student ongetwijfeld over zal lezen: de bevolkingsexplosie. In 1927 werd de wereldbevolking geschat rond de twee miljard, in 2020 zitten we tegen de 7,7 miljard. De bekende Vlaamse filosoof wijlen Etienne Vermeersch, ooit mijn professor filosofie, kaartte de grootste uitdaging van de toekomst al decennia geleden aan: wat te doen met al die mensen? 

Ik mag de wereld graag vergelijken met een zandbak: vijf kindertjes spelen er in pais en vree met de schepjes en de zeefjes en de emmertjes. Tot er tien kindertjes in dezelfde zandbak bij willen en ook graag zouden spelen met de zeefjes, emmertjes en schepjes. De zandbak is precies groot genoeg, maar er zijn niet genoeg speeltjes, dus het feestje eindigt in bijten, schoppen en tranen. Ook de wereld heeft niet genoeg om 7,7 miljard mensen van een villa, een mooie auto en een wasmachine te voorzien. Daar bovenop komt de arrogante overmoed van de mens, de hebzucht naar levensjaren. In laboratoria worden testen gedaan op muizen om de genen te zoeken die voor veroudering zorgen en die zouden zijn gevonden. Onsterfelijkheid is wat de mens nastreeft en ik vrees dat die ooit zal bestaan. Al wat kan, zal gebeuren. En aangezien we dan voor altijd zullen leven, betekent dat ook onmiddellijk het einde van de geschiedschrijving à la Mak, want wie eeuwig leeft, heeft een eeuwig geheugen. Maar dat zal dan de minste van onze zorgen zijn. De wereld is te klein voor menselijke onsterfelijkheid en omdat onze aardbol niet zomaar groter gemaakt kan worden zal de kosmische hubris van de arrogante mens moeten uitwijken naar een ander melkwegstelsel om het ook daar te laten exploderen. Soit. Een mens kan moeilijk niets doen.

In mijn eigen kleine wereld ben ik overmoedig aan het bouwen geslagen en moest de zandbak van mijn kinderen daartoe verdwijnen. Ik heb in elk geval besloten om er weer een grote aan te leggen met genoeg speeltjes dat ze daarover al niet hoeven te bakkeleien.