Selecteer een pagina

De vossen krijsen weer. Soms een korte krachtige krijs, soms een langere gil: een rivaal die wordt opgemerkt en verjaagd of een vrouwtje dat een mannetje lokt. Het geluid draagt ver door de koude lucht en over de kale akkers. 

Ik hoor ze als ik ’s avond nog even naar buiten ga om de hond uit te laten. Het geluid lijkt erg op de gil van een vrouw. Misschien is het ook soms een van mijn buurvrouwen die ik hoor, beregeil door de paringsdrift. Maar van vossen heb ik in de zestien jaar dat ik hier woon nog nooit last gehad en ik heb vreselijk aantrekkelijke chickies lopen. 

Het hok staat altijd open en de wei waarin ze pronkerig met hun verenkleed paraderen is gewoon van draad. Een beetje vos kan er zo onderdoor graven, het hok binnensluipen en zijn gang gaan. Nog nooit gebeurd, terwijl hier in de buurt wel al slachtpartijen zijn voorgevallen. Ik denk dat het te maken heeft met een oude wijsheid die ik opvolg. Ooit zei een bejaarde boer tegen me: om de vossen op afstand te houden moet je ’s avonds gewoon een rondje doen rond je erf en hier en daar tegen een paal of boom pissen. 

Dat kost me weinig moeite, want al mijn hele leven ben ik voornamelijk een gelukzalige buitenpisser. Daar geniet ik meer van dan pissen in een toiletpot of op de nepvlieg van een urinoir. Maar ik heb wel al geleerd dat je dat op verschillende plekken moet doen, want de spar waar ik als kleine jongen tegen plaste werd nog geler dan mijn urine en dat had mijn vader ook gezien. Maar ik denk dat die oude wijsheid dus werkt en mijn territoriale pisdrift daardoor ook. Dag vossen. 

Vrouwen in Ossenisse: schrik niet van het beeld als vanaf vandaag alle mannen hun tuin gaan onderzeiken, als er maar geen burenruzies ontstaan doordat iemand toevallig op de zwartleren Calvin Klein instappers van een ander gaat wateren. Enfin, genoeg gezeikt. Oude wijsheden kunnen soms wel doeltreffend zijn, al heb ik mijn twijfels over die die ik vroeger voorgeschoteld kreeg: een doorgesneden ui op een schoteltje op mijn nachtkastje omdat ik altijd last had van een verstopte neus, het kruistekentje dat mijn vader en moeder voor het slapengaan op mij voorhoofd tekenden dat me zou beschermen tegen van alles en nog wat. 

Zelf ben ik nog maar vijfenveertig, maar ik heb ook al wat nieuwe wijsheden te melden: warm nooit macaroni op als je een grappig filmpje van een paar minuten op je telefoon zit te kijken, zet nooit een frietpan buiten in de regen, laat nooit een kachelpijp met een scherpe rand uit je plafond steken, pis nooit op een schrikdraad en zeg maar niet tegen een getatoeëerde reus van 120 kilo dat hij met zijn Ford Mustang asociaal op twee parkeervakken staat. Waarschijnlijk gaan mijn nieuwe wijsheden niet het statuut van oude wijsheden krijgen, want binnen honderd jaar bestaan er misschien geen telefoons, frietpannen of kachelpijpen meer. Getatoeëerde foutparkeerders nog wel, vrees ik.

Enfin, nu ga ik even de hond uitlaten, luisteren naar de vossen of mijn beregeile buurvrouwen en tegen een weidepaal aan pissen.