Selecteer een pagina

Eergisteren reed de postbode op zijn scootertje zichzelf kop over kloten. Ik zat net voor mijn bureau, hier en daar lustig een stuk tekst weg te tikken en klikken toen ik een dreun hoorde. Zo’n scherpe knal van blikschade. De postbode reed frontaal tegen het voorwiel van mijn schoonvaders auto. Zowel auto als scooter kaduuk. De postbode had een fractie van een seconde voor postduif gespeeld, want hij had een duikvlucht over de motorkap gemaakt. En aan zijn postuur te zien zal hij niet als Spiderman zijn neergekomen, dat wist ik wel zeker. Maar gelukkig had ie niks, zag er alleen geschrokken, bevlekt, beverig en zweterig uit. 

Het is me wat met die postbodes, al komen ze niet zo vaak meer langs. Tenminste niet zo vaak als die bestelbusmannetjes met pakketjes. Ik heb een groot gezin en er wordt hier nogal wat af besteld. Ik krijg er eerlijk gezegd het schurft van, want wie moet elke keer die pakketten aannemen? U raadt het. Want papa is veel thuis en mijn kinderen komen van hun schermen niet af door dat online onderwijs en veel van die bestelbusmannetjes zijn Turks of Antilliaans, van die jongens die gaan zweten tot in hun bilnaad wanneer ze mijn grote hond zien. Dus heb ik maar een wifibelletje aan de brievenbus gehangen, met een ontvangertje in de keuken en mijn schrijfkamer. Maar dat klotebelletje rinkelt nogal veel.

Toch, die postbodes hebben het hard te verduren. Vooral met honden. Toen ik jong was en in Elverdinge rondkoerste, moest ik vaak door een klein steegje. In dat steegje ijsbeerde een herdershond achter een krakkemikkige afsluiting van groen tuingaas. Totdat er iemand langs kwam. Dan veranderde dat ijsberen in grommend en blaffend tegen de draad op springen, met de poten krabbelen, zo erg dat ik dacht dat ie toch ooit eens over die draad zou geraken en achter me aan zou komen.

En zo gebeurde het ook eens. Ja, met een postbode. Die arme man had nog een petje op en een zwartleren tas vol brieven en enveloppen op een rek aan de voorkant van zijn fiets. De herdershond begon weer tegen de draad op te springen en wat ik altijd had gevreesd gebeurde. Toevallig liep ik die ochtend aan de overkant van de straat, want ik moest naar school. De herdershond hing aan de kuiten van de postbode en hoe hard ie ook op de kop van die hond mepte, eerst met zijn pet en daarna met een dikke, bruine enveloppe, het beest gaf niet op. De man vloekte en jammerde en ik repte me snel voorbij. Uiteindelijk ging de voordeur open en kwam de eigenaar naar buiten gestormd. Nooit heb ik een hond zo op zijn donder zien krijgen. Ik kreeg er medelijden mee, want het beest jankte en mankte zieltogend terug naar zijn hok. De petloze postbode bedankte vriendelijk, maar toen hij ver genoeg was weggefietst, schold hij de eigenaar nog eens de huid vol. Ik zag de witte kuiten met de rode bijtafdrukken door de flarden van zijn broekspijpen heen, die fladderden als blauwe reuzenvlinders in de wind.

Ze hebben een onaangenaam hondenbaantje, die postbodes en pakketbezorgers.