Jan Vantoortelboom

Recensie in de PZC/DeSTem

Meester Mitraillette

Geplaatst op 25 januari 2014 door Jan van Damme

Ik ben aan de vroege kant. Meester Mitraillette, de tweede roman van Jan Vantoortelboom verschijnt pas 14 februari. Maar door omstandigheden op de krant hebben we het interview met de schrijver in Ossenisse afgelopen zaterdag 25 januari 2014 al in de PZC geplaatst. Dat heeft ook zijn voordelen, zo’n vroege signalering. Zeker als het om een goed boek gaat: u kunt nog bijna drie weken uitzien naar de verschijning van een bijzondere roman. En u bent ook in de gelegenheid om de avond van 14 februari in uw agenda te reserveren: dan presenteert Vantoortelboom zijn boek namelijk in de Drvkkery in Middelburg. Toegang gratis. Wie zich aanmeldt via Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken. maakt kans op een gratis boek. Er worden er die avond twee verloot.

 

Het is gemakkelijk gezegd: fantastisch, mooi, in één adem uitgelezen. Maar waarom? Vantoortelboom schrijft geen thrillers die je van begin tot eind bij de strot grijpen. Dat weten we al sinds zijn debuut drie jaar geleden met De verzonken jongen. Nee, geen goedkope effecten. De in 1975 in Elverdinge geboren schrijver biedt verhalen van mensen, met wie je mee kunt leven. Ze zijn van vlees en bloed. Logisch, zult u zeggen. Maar ik kom het niet vaak tegen dat je bijna in gesprek raakt met een hoofdpersoon en door hem (of haar) in je eigen levenservaringen wordt rondgeleid.

Dat overkomt me in elk geval met David Verbocht, de dragende figuur van Meester Mitraillette. Hij ís feitelijk Meester Mitraillette – een onderwijzer van een jaar of 22, die zelfs in de loopgraven van 1914 zijn kompanen helpt met lezen en schrijven. Dat Mitraillette heeft te maken met een wapen, dat hij in een boom op het slagveld vond.

Pagina 250-251: ,,Het wapen dat in de kruin van die eenzame boom in de takken genesteld zat, was een lichte mitraillette van Duitse makelij. Het feit dat de mitraillette in de boom was beland vond ik niet raadselachtig. Op onze marsen door de Westhoek hadden we meer voorwerpen tussen de takken van bomen zien hangen. Zelfs de borst van een paard met de nek en twee voorpoten er nog aan. En één keer een stuk Hindoe, zijn rode, in de wind wapperende mantel ongeschonden. Maar het feit dat diezelfde mitraillette werd opgemerkt door wijlen sergeant Alois en nu in mijn handen lang, vond ik wel mysterieus. Honderden soldaten kropen hier rond en elkeen van het zou al zijn centen geven om zo’n mitraillette te bezitten. Via de onderofficier bestelde ik een voorraad munitie en een handleiding, want dit was een wapen dat voor mij bestemd was. Het voelde goed aan.”

Overigens is het niet de eerste keer dat hij met zo’n mitraillette in aanraking komt. We verplaatsen ons in de tijd een jaar of zes terug, naar 1908. David is dan zestien jaar. Met zijn zes jaar jongere broertje Henri – hij wordt door David Rattekop genoemd omdat twee tanden in zijn ondergebit laat doorkomen – is hij tijdens één van hun boswandelingen in de omgeving van Gent bij Myrtha gaan buurten. Myrtha is een nogal mysterieuze, voor de jongens oude vrouw, die een verleden heeft in Zuid-Afrika. Bij David gaat ze een hoofdrol spelen in zijn jongensdromen. Ze heeft een hele wapenverzameling geërfd van haar man Leon. Een blinkende mitraillette trekt Davids aandacht. Myrtha legt het wapen snel terug in de kast: het blijkt het wapen te zijn waarmee haar levensgenoot zelfmoord heeft gepleegd (pagina 139).

Daarmee is de titel wel verklaard.

Jan Vantoortelboom (foto Mechteld Jansen) neemt ons mee diep in Vlaanderen, zowel qua tijd als qua plaats. De begin- en eindscènes van het boek hebben de loopgraven in 1914 rond Ieper als decor. Die plaats ik even los van de rest. In de opbouw van de roman lopen hoofdstukken over de jonge David – 10 tot 16 jaar – gelijk op met het verhaal over de jongvolwassen hoofdpersoon, die als 22-jarige net onderwijzer is geworden. De jonge jaren spelen in de omgeving van Gent, waar zijn vader klusjesman is op de Universiteit van Gent. De latere jaren zijn in Elverdinge in de Westhoek gesitueerd, waar de hoofdpersoon in 1913 op een katholieke jongensschool acht knapen in het zesde leerjaar krijgt toegewezen. Katholiek moet met nadruk worden vermeld. David is van huis uit niet gelovig opgevoed. Zijn vader weet hem op een beetje slinkse manier het baantje te bezorgen, zonder dat hij erbij vermeldt dat zijn zoon niet katholiek is. Dat breekt David op. In een dorp als Elverdinge is mijnheer pastoor begin 20ste eeuw nog een machtsfactor.

Ik lees de roman als een gedoemd leven. David wil er wel iets moois van maken, maar hij heeft pech en is niet tegen de rauwe wereld opgewassen. Zelfs Victor, één van de jonge mannetjesputters in het dorp, kan hem niet voor het naderend onheil behoeden. Die Victor moet je als lezer even in de gaten houden: in het vorige boek De verzonken jongen is diezelfde Victor in de jaren 1970-1980 de opa van de hoofdpersoon.

Het onafwendbare ongeluk zit opgesloten in twee tot drie personen. Om te beginnen Rattekop, voor wie hij als oudere broer verantwoordelijkheid heeft. In de klas in Elverdinge zit Marcus Verschoppen, gevoelige zoon van een botte herenboer. Je kunt zeggen dat de relatie met Rattekop gespiegeld wordt in die met Marcus. Ook Marcus’ moeder Godelieve is een belangrijk schaakstuk, zij drijft hem tot het uiterste. De rol van opperboer Verschoppen, de dorpspastoor en de uiterst onsympathieke lokale rechter – voor mij vormen ze een drieëenheid – is minder uitgesproken maar vrijwel zeker niet minder doorslaggevend.

Schuld en onschuld, tussen die twee uitersten bevinden we ons. Pagina 203: ,,Ik was en bleef een rat in een klem.”

De schrijver houdt ons ook taaltechnisch in een Vlaams universum. Iemand kan stinken als een ‘aalkarteel’ (pag. 147). Vrouwen hebben een sacoche bij zich (pagina 183). Ik had nog nooit gehoord van ‘een perfect geknipte froufrou’ (pagina 46). David ‘bigde tussen en tegen lichamen naar de uitgang (pagina 256). De schrijver zal het vast met zijn Nederlandse eindredacteur aan de stok hebben gehad, maar hij heeft zich standvastig getoond.

Vorige week bezocht ik Jan Vantoortelboom in zijn ‘schrijfhuis’ in de polders van Ossenisse – zie de PZC van zaterdag 25 januari 2014. Uit zijn relaas werd me duidelijk dat hij zijn verhalen heel dicht bij zichzelf houdt. Ook in zijn persoonlijke leven was de dood – van zijn moeder – een breuk, die zijn hele bestaan op zijn kop zette. Volgens mij ervaar je dat in Meester Mitraillette. Hoewel het fictie is, zitten we voelbaar dicht op de huid van de schrijver. Dat is weldadig. Ik zie uit naar zijn volgende boek: De man die haast had.

Voor het heden: Meester Mitraillette wordt vrijdagavond 14 februari in de Drvkkery in Middelburg gepresenteerd. Aanvang 20.00 uur. De schrijver zal voorlezen, en ik zal hem enkele vragen stellen over schrijven en zijn. Komt allen, zou ik zeggen. Jan Vantoortelboom is een bijzondere schrijver. U kunt zich aanmelden via Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.

Jan Vantoortelboom: Meester Mitraillette – Uitgeverij Atlas Contact, roman, 272 pagina’s, 21,95 euro.